Twee handen rapen kleine voorwerpen, schelpjes en botjes bijeen om ze vervolgens uit te strooien en daarin de toekomst te lezen ('throwing the bones'). De handen van een waarzegger, close-up, gekadreerd als een oneindig landschap, geprojecteerd op groot doek, vormen de horizon. Een traditionele Afrikaanse rituele handeling vormt de basis van de installatie. Het formaat en de schilderkunstige kwaliteit van de beelden worden gecontrasteerd door een drietal kleine LCD-monitoren aangebracht op het projectiedoek, rondom de handen. De formele condities en de informatie van de beeldschermpjes geven de installatie diepte, reliëf en volume. Inhoudelijk en formeel, compositorisch en fysiek. De toeschouwer staat er niet op afstand naar te kijken, maar maakt er deel vanuit. Zodra de blik het werk aftast, is toenadering geboden om de LCD-schermpjes te kunnen lezen. Een ervan toont portretten van politieke figuren, iconen in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, uitgespaard in een zwart passe-partout. Mannenhoofden zakken een voor een weg achter het zwarte vlak, weg in het collectieve geheugen. Op een tweede monitor rolt een tekst voorbij, een passage uit de 'Philosophical Investigations' van Wittgenstein (in 1953 postuum gepubliceerd), waarin de 'canons' semiotisch worden geduid. Het gebruik van de canons, waarnaar de titel verwijst, is ingebed in de publieke context, in praktische situaties en gedragingen. Vrij vertaald: "Een innerlijk proces heeft uitwendige criteria nodig". Mensen zijn biologische entiteiten in een publieke wereld. Taal, omgangstaal en vragen over wat wel en wat niet noembaar is, zijn altijd gerelateerd aan die wereld. Tegen de achtergrond van een traditionele Afrikaanse rite steekt de toegevoegde informatie hard af, terwijl tegelijk wordt getoond dat ze onderdeel is van eenzelfde geschiedenis. '10 Canons of Stupidity' combineert uiteenlopende aspecten van de Zuid-Afrikaanse cultuur en stelt 'overkoepelende' betekenissystemen als taal, geschiedenis, cultuur, subjectiviteit, identiteit, waarheid en geloof ter discussie. Het werk bekritiseert de mogelijkheid van een universele coherentie, of beter, weerlegt de misvatting ervan. De informatie op de kleine monitoren draait onophoudelijk door. Beeld en geluid van de waarzeggende handen worden teruggedraaid in de tijd. Deze discontinuïteit duidt de ongelijkheid tussen beide. De omgekeerde voorspelling zou kunnen worden opgevat als de verbeelding van onmacht ten aanzien van het falen van de verzoening en diepe teleurstelling over het mislukken van pogingen om het monster Apartheid te pareren.
Payne initieert een kritische reflectie op systemen van betekenisgeving en beeldvorming. De noodzaak van een heroriëntatie op de Zuid-Afrikaanse geschiedenis loopt in zekere zin parallel aan de vraag naar een heroriëntatie op de dominante rol van westerse paradigmata in de canons van het denken. Aloude hiërarchische kaders zijn bezweken, getuige de vermeende crisis in de westerse wetenschap, kunst en filosofie. Naast de uitdaging aan het adres van de verantwoordelijken voor de situatie in Zuid-Afrika daagt Payne de toeschouwer uit historische referentiekaders grondig tegen het licht te houden. En wel vanuit de erkenning dat elk onderzoek naar het verleden, elke opvatting van taal en geschiedenis, elke perceptie van beelden ideologisch is.
– Jellichje Reijnders |
Camera: Cliff Bestall (African Search for Common Ground)
Malcolm Payne, 1946, Pretoria (Zuid-Afrika)
Woont en werkt in Kaapstad (Zuid-Afrika)
|
|